Wát?! Acht uur al?

Met een zucht ploft Marieke op de bank. ‘Dat is lekker, nu begint mijn weekend.’

Gisteren heeft ze wéér lang doorgewerkt. Die opdracht voor een klant moest af. De deadline is maandagochtend 10 uur. ‘Mam, kom je nou nog? De film is al begonnen. We zouden toch met z’n allen kijken?’‘Ik kom eraan, maar dan ga ik wel na de film verder’. Uiteindelijk stapte ze om twee uur in bed.